De kleine plevier

Op de zanderige en kiezelachtige oevers van de Rijn broedt van april tot juli de kleine plevier, een ongeveer 15 cm grote trekvogel, die in Noord- en West-Afrika overwintert en in de Nederrijn de zomer doorbrengt. Opvallend is zijn typische bewegingswijze: hij beweegt zijn poten zo snel dat het lijkt alsof hij op wieltjes over de ondergrond rijdt. En dan blijft hij plotseling staan en verstart hij. Roerloos gaat hij achter zijn prooi aan, die hij op de grond aantreft. Op zijn menu staan o.a. insecten, spinnen en wormen.

Zijn nest bestaat uit een klein kuiltje tussen de kiezels, dat verder niet bekleed wordt. De 3 à 4 eieren zijn perfect aan de ondergrond aangepast, zodat ze maar met moeite te vinden zijn. Beide ouders zijn betrokken in het broedproces, dat 22 tot 28 dagen duurt. Indien er een vijand in de buurt komt, leidt een van de ouders die een andere kant op. Met enig toneeltalent doet de vogel alsof hij gewond en vleugellam is en dus een makkelijke prooi vormt.

Bezoekers die tijdens de broedperiode de Rijnoevers betreden, kunnen bijgevolg onopzettelijk het legsel stukmaken. Alle bezoekers dienen zich daarom zonder uitzondering aan het toegangsverbod te houden en ook hun honden steeds aan de leiband te houden. Enkel op die manier kan de kleine plevier op de beschermde plaatsen van de Rijnoever succesvol blijven broeden en zijn kuikens grootbrengen.

Terug naar Flora en fauna