De steenuil

Naam en herkomst
De steenuil (Athene noctua) is de meest kenmerkende vogel in het landschap van de Nederrijn, dat rijk is aan graslanden en knotbomen, en is daarom ook het ‘wapendier’ van het natuurbeschermingscentrum van het district Kleef. De wetenschappelijke naam Athene stamt uit het Grieks en was de naam van de dochter van Zeus, die de godin van de stad Athene was. De uil is het symbool van de stad Athene en siert vandaag zelfs het Griekse 1-euromuntstuk. De stad Athene stond ook spreekwoordelijk bekend voor zijn vele uilen en meer bepaald voor de steenuil (‘uilen naar Athene dragen’). De steenuil leefde oorspronkelijk in Noord-Afrika en Centraal-Azië, maar breidde zijn leefgebied in de middeleeuwen in het zog van de grote ontbossingen uit naar Midden-Europa.

Waar de steenuil thuis is
De steenuil is een typische bewoner van het Nederrijnse cultuurlandschap. Doorspekt met graslanden, talrijke oude knotbomen, hoeves en fruitgaarden en met het milde klimaat en meestal sneeuwarme winters biedt het benedengedeelte van de Nederrijn een ideale levensruimte. Hier broedt de steenuil in oude boomholtes en jaagt hij op het kortgemaaide grasland op muizen, kevers en regenwormen. Boomholtes ontstaan in knotwilgen en fruitbomen als er ten gevolge van de noodzakelijke snoeimaatregelen hier en daar zwamaantastingen of knoestgaten ontstaan. Vaak nestelt de steenuil ook in donkere nissen van oude gebouwen (schuren, stallen, melkhuisjes). Dit maakt ook meteen duidelijk dat hij de aanwezigheid van mensen absoluut niet schuwt.

Uit het leven van familie steenuil
Een steenuilkoppel blijft in de regel heel zijn leven lang trouw aan zijn partner en zijn omgeving. De baltstijd begint in februari/maart. Het mannetje is dan druk bezig om het territorium met zijn roep af te bakenen en indien nodig met een aanval tegen soortgenoten te verdedigen. Vanaf midden april komt het broeden dan op de voorgrond te staan. Het wijfje broedt alleen, terwijl het mannetje haar de buit van zijn jacht brengt. Uit de 3 à 5 eitjes die een steenuil legt, komen na ongeveer een maand jonge vogeltjes. Na nog eens 5 à 6 weken kunnen die ook vliegen. Vooraleer zij midden augustus het ouderlijke nest verlaten, gaan er dus nog enkele weken voorbij.

Bestand en bedreiging
In Duitsland komt de steenuil vooral voor in Noordrijn-Westfalen en dan meer specifiek in het benedengedeelte van de Nederrijn. Alleen het district Kleef herbergt zo’n 10 % van het bestand in heel Duitsland. Hoewel de steenuil in Noordrijn-Westfalen en vooral in de Nederrijn regionaal nog vaak voorkomt, geldt deze uilensoort als bedreigd. Door de aanleg van nieuwbouwwijken aan de rand van bestaande plaatsen en het kappen van fruitboomgaarden, door de modernisering van oude boerderijen, maar ook door de omzetting van duurzaam grasland in akkerland en door de gebrekkige verzorging van knot- en fruitbomen zijn er de laatste jaren talrijke broedplaatsen verloren gegaan. Het geïntensiveerde gebruik van de graslanden heeft bovendien het aanbod aan prooien aanzienlijk verminderd.

Terug naar Flora en fauna