Buntgras

Zandplaten vormen een biotoop met extreme  groeiplaatseisen. De karakteristieke kenmerken van deze bodemsoort zijn een geringe opslagcapaciteit van water en een laag gehalte aan voedingsstoffen.  Bovendien ontstaan er steeds weer relatief extreme temperatuurschommelingen. Overdag kan de temperatuur bij zonneschijn zeer snel oplopen, maar ’s avonds koelt het ook even snel weer af.

De pioniers (de eerste veroveraars) van de open zandbodem zijn gespecialiseerde plantensoorten die geen probleem hebben met deze extreme omstandigheden, zoals bijvoorbeeld het buntgras (Corynephorus canescens).
Het gras vormt ongeveer 10 cm hoge pollen, die er met hun starre, naar alle zijden uitstekende spitse bladeren uitzien als zee-egels. De bladeren zijn samengerold en overtrokken met een zilverachtige was. Op die manier zijn zij uitstekend beschermd tegen verdamping en uitdroging.
De wortels zijn ongewoon sterk ontwikkeld. Zij spreiden zich fijn vertakt op geringe diepte rondom de plant uit. Zo kan het buntgras zelfs bij korte regenbuiten veel water opvangen. Diepgaande hoofdwortels heeft de plant niet, waardoor langdurige droge periodes leiden tot het afsterven van de meeste bladeren. Met de eerste neerslag ontspruiten er echter onmiddellijk weer nieuwe bladeren.
Buntgras komt hoofdzakelijk op droge zandbodems voor, maar ook bij binnenduinen zoals de Wisseler Duinen.


Terug naar Flora en fauna