Het benedengedeelte van de Nederrijn – ‘Gans’ belangrijk…

Het benedengedeelte van de Nederrijn is een in het binnenland gelegen ornithologisch rust- en overwinteringsgebied van internationaal belang. Daarom werden grote delen van deze regio volgens de Conventie van RAMSAR als vochtig gebied van internationaal belang en ook als beschermd vogelgebied erkend. Elk jaar in de winter krijgt de geïnteresseerde bezoeker hier een uniek natuurschouwspel te zien: tienduizenden arctische wilde ganzen komen hier dan hun winterverblijf opzoeken. Op de weiden en graslanden van dit cultuurlandschap treffen zij immers een optimale voedselbasis aan. Tot wel 30 % van de in Europa overwinterende kolganzen rusten hier. Het aantal kolganzen in de Nederrijn is de laatste decennia sterk toegenomen. Terwijl er hier in de jaren ’60 van vorige eeuw nog maar enkele honderden exemplaren werden geteld, nam dat aantal in de jaren ’80 sterk toe. Sinds het begin van de jaren ’90 telt het bestand ongeveer 150.000 dieren. Het benedengedeelte van de Nederrijn is een belangrijke draaischijf voor de ganzentrek in West-Europa. Vele dieren die niet de hele winter in de Nederrijn blijven, gebruiken hem wel als tussenstation op hun weg naar andere overwinteringsgebieden in West-Europa.

Gans ver weg …

De broedgebieden bevinden zich in het arctische noorden, van Scandinavië tot aan het Taymir-schiereiland. Daar broeden zij vanaf midden mei, zodra de sneeuw gesmolten is. Drie maanden later, in augustus, troepen de wilde ganzen met hun vliegklare jongen bijeen en beginnen zij aan hun duizenden kilometers lange vlucht naar de overwinteringsgebieden in Midden- en Zuidwest-Europa. Als ze hier in de Nederrijn aankomen, hebben de ganzen al zo’n 6.000 km op de teller staan.

Gans sociaal …

Wilde ganzen vertonen een uitgesproken sociaal karakter. Zij vliegen in families en groepen dicht bij elkaar. Tijdens de winter en zelfs op hun terugreis naar de broedgebieden blijven ouders en jonge dieren de hele tijd als een hechte familie samen. Vanaf september kan men het snaterende, overwegend in wig- of kettingformatie vliegende trekvogels in Midden-Europa langs rivierdalen, meren en kusten op hun vluchtroute horen en bewonderen. Onderweg rusten zij enkele keren, bijv. midden oktober in Oost-Duitsland, tot zij dan begin november in groten getale de Nederrijn bereiken. Andere overwinteringsgebieden van de ganzen liggen o.a. in Nederland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Zuidoost-Europa.

Gans geringd …

De huidige kennis over het leven van de arctische ganzen hebben wij te danken aan uitgebreide wetenschappelijke onderzoeken. Daarom werden en worden enkele ganzen met kleurrijke halsringen gemarkeerd, die bovendien een letter- en cijfercode dragen. De halsringen storen de dieren niet en kunnen vanop enkele honderden meters afstand uitgelezen worden. Hierdoor kunnen vele waarnemingen van de individueel gemarkeerde dieren langs de trekroute en in hun broed- en overwinteringsgebieden verzameld worden. Indien u zo een gans ziet en de code duidelijk kunt aflezen, mag u dat zeker aan ons melden. Wij geven die gegevens dan door, en u krijgt van ons de levensloop van de gans die u gezien hebt.

Gans verschillend …

Met een beetje handigheid kan iedereen die de ganzentroepen bekijkt, vaststellen dat er vaak verschillende soorten in zitten. Naast de meest voorkomende soort, de kolgans, zal de attente observator ook andere arctische ganzen kunnen ontdekken, zoals de rietgans en de brandgans. Daarnaast zal men ook vaak de hier inheemse grauwe gans in de troepen zien en steeds vaker ook nieuwkomers zoals de nijlgans, de Canadese gans en de casarca.

 Terug naar Flora en fauna