Wisseler Duinen

Een gebied van ongeziene charme vindt u ten oosten van het kleine dorpje Wissel in de buurt van Kalkar. Hier strekken zich rivierzandduinen uit die reeds 100 jaar geleden als bijzonder landschapsgebied bekend waren en in 1935 als een van de eerste gebieden in het Rijnland onder natuurbescherming werd geplaatst. De Wisseler Duinen met hun zandplaten, wildgraslanden en doornstruikgewassen worden in de vorm van een halve cirkel ingesloten door zandgaten.

Tijdens de middeleeuwen stroomde de Rijn eeuwenlang door de Kalflack, en tijdens overstromingen zette hij massa’s zand op de oevers af. Tijdens droge zomers stoof dat zand af en torende het zich aan de rand van het dorp Wissel op tot reusachtige zandbergen, die zo het vruchtbare akkerland bedekten. Aangezien de inwoners van Wissel de zandduinen met het toenmalige gereedschap niet weggewerkt kregen, hebben zij de droge woestenij noodgedwongen als karig weidelandschap gebruikt. Sinds de 14de eeuw werd het terrein als gemeenschappelijke meentweide voor runderen, ossen en paarden gebruikt. Op de uitgestrekte wildgraslanden konden enkel doornstruiken hier en daar overleven. Tegenwoordig bepalen markante groepjes haagdoorn vooral in het zuiden het zacht glooiende duinenlandschap.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het centrum van de Wisseler Duinen vlakgemaakt. Dit centrale wildgrasland is nu begroeid met droogtebestendige kruiden, waarvan vooral de ‘dummeldistel’ of echte kruisdistel met zijn stekelige schijnkransen opvalt. Verder zijn ook  indicatorplanten voor droogte zoals de cipreswolfsmelk, tijm en geel walstro kenmerkend voor dit bloeiende biotooptype.

De duinen zelf vormen een habitat met extreme groeiplaatseisen, aangezien de zanderige bodem het neerslagwater amper kan vasthouden en steevast droog en voedselarm is. Hier kunnen slechts enkele specifieke plantensoorten gedijen. Typische zandplanten zijn buntgras, schapenzuring en het zandblauwtje alsook lichenen en mossen. Zij vormen laag groeiende en droge vegetatie die het noorden en oosten van het beschermde natuurgebied over grote oppervlakten bedekt.

Tot het karakteristieke dierlijke leven in de zandduinen behoren onder andere zandloopkevers, wilde bijen en de purperspanner, een kleine vlinder waarvan de rupsen zich voeden met schapenzuring. Aan de rand van het struikgewas leven nachtegalen en grasmussen. Op de open weiden zijn graspiepers en de zingende veldleeuweriken te horen. En in de lente kan men bergeenden gadeslaan die op zoek zijn naar broedplaatsen in konijnenholen.

Terug naar Beschermde natuurgebieden