Emmericher Ward

Het beschermde natuurgebied Emmericher Ward is een ooigebied van interregionaal belang en vormt een onderdeel van het internationale vochtige gebied en EU-vogelbeschermingsgebied ‘Unterer Niederrhein’. Het strekt zich uit langs de noordelijke over van de Rijn ten westen van de jachthaven van Emmerich tot aan de Nederlandse grens.
In 1985 werden de haast 310 hectaren ooigroenland samen met resten van de Oude Rijn en relatief natuurgetrouwe Rijnoevers als beschermd natuurgebied betiteld. De belangrijkste doelstelling hiervan is de ontwikkeling van het ooibos alsook het behoud van het soortenrijke complex van stille waters, verzandingszones, extensief grasland en griesbanken langs de Rijnoever als broed- en voedingsbiotoop voor zeldzame en bedreigde waad- en watervogels en als graasgebied voor overwinterende wilde ganzen.
Van bijzonder belang is voorts de magere en droge vegetatie langs de hoge oevers van de Rijn, waar bedreigde plantensoorten en -bestanden voorkomen, alsook het feit dat er in de hele deelstaat aanzienlijk veel angeldragers voorkomen, zoals de grote rupsendoder en de solitaire bij. Sinds het voorjaar van 2012 is ook de bever weer gesignaleerd in dit Rijngebied.
De Emmericher Ward behoort tot de meest soortenrijke libellengebieden in het benedengedeelte van de Nederrijn. In het Duitse gedeelte van deze grensoverschrijdende regio konden tot op heden 38 verschillende soorten worden aangetroffen, wat voor een door het hoogtij van de Rijn gekenmerkt ooigebied een ongemeen hoge waarde is.  Ook niet onbelangrijk is het feit dat in de Nederrijn zeldzame soorten zoals de vroege glazenmaker en de glassnijder worden waargenomen. Libellen leven als larven het grootste gedeelte van hun leven in het water en vormen zich pas na een ontwikkelingsfase van 2 à 3 jaar om tot libellen. Daarna vliegen deze prachtig gekleurde juweeltjes slechts enkele maanden lang rond. Ze planten zich voort en de wijfjes leggen hun eitjes in het water. Door langere droge periodes in 2012 werden duidelijk minder soorten dan vroeger gespot. Zo kwamen rond deze wateren bepaalde soorten heel vaak voor, zoals het lantaarntje, de gewone oeverlibel, de viervlek of de breedscheenjuffer. Zeldzame soorten zoals de tengere grasjuffer, de winterjuffer, de tangpantserjuffer en de zwervende pantserjuffer kwamen solitair voor. Langs de Rijnoever treft men de zeldzame rivierrombout aan.
Doordat deze wateren de laatste jaren vaak helemaal droog komen te staan, ontbreken steeds meer de kleinere, zonnige wateren met vlakke oevers en onderwaterplanten. De ontwikkeling van de libellen vormt in de Emmericher Ward jammer genoeg een voorbeeld van het verlies van vele levensruimtes van de rivierooilandschappen en een dynamiek die in vroeger tijd heel gewoon was voor de Rijn.

Dit beschermde natuurgebied wordt onderhouden door het NABU-natuurbeschermingspunt Nederrijn.

Terug naar Beschermde natuurgebieden