Dornicksche Ward

De Dornicksche Ward is een waardevol ooilandschap, dat volledig overgegeven is aan de overstromingsgrillen van de Rijn. Vooral de relatief grote zachthoutooibossen springen in het oog. Kreken en kolken doorspekken het grasland, dat vooral in het zuiden door oeverbegroeiing en boomgroepen wordt gestructureerd. In het midden bevindt zich het binnen de grenzen van het gebied gelegen zweefvliegveld.

De oorspronkelijke terreinmorfologie van de Rheinaue met haar voormalige oude stroom- en vloedgeulen en enkele stille waters is hier in grote mate bewaard gebleven. Ten gevolge van de natuurlijke dynamiek van de ooien met sterk wisselende waterstanden drogen deze tijdens hete zomers bijna allemaal uit. Enkel waar het water door een hek beschermd wordt tegen beweiding, tiert de verzandingsvegetatie welig.

De waterlopen en oevers bieden een habitat aan talrijke watervogels. Zo treft u hier bijvoorbeeld nog kleine plevieren, wulpen en kwartelkoningen aan. Bovendien vormt de Dornicksche Ward als onderdeel van het vogelbeschermingsgebied Onderste Nederrijn een belangrijke rust- en overwinteringsplaats voor wulpen, wilde en kleine zwanen en andere watervogels. Een uniek natuurschouwspel doet zich voor wanneer de arctische poolganzen hier de winter doorbrengen.

Botanisch interessant op de zanderige oeverhellingen is het wijdverspreide voorkomen van riempjes, een anjersoort die op de Duitse Rode Lijst van beschermde plantensoorten staat.

De Rijnoever vertoont tussen de kribben onbevestigde brede gries- en zandstroken. Sporadisch treft men ook slikken aan, waarop slijkgroen groeit. In het middelste gedeelte van het gebied staan op de hoge oever lange rijen knotwilgen. Het noordwestelijke uiteinde vormt een ooibos, waarin op de rivierberm nabij de haven van Emmerik een klein bosbestand voorhanden is, dat nog enkele soorten van het hardhoutooibos herbergt.

Bijzonder interessant zijn ook de gestructureerde kribbenvelden, die een belangrijke vishabitat vormen. Het zijn zowel rustzones voor trekvissen als biotopen voor kleine modderkruipers, rivierprikken, rivierdonderpadden en bittervoorns.

Terug naar Beschermde natuurgebieden