Boetzelaerer Meer

Het beschermde natuurgebied Boetzelaerer Meer heeft een oppervlakte van 24,9 ha en bevindt zich ten noorden van het dorp Appeldorn en ten oosten van de stad Kalkar.
Het Boetzelaerer Meer is smal en eigenlijk niet echt een zee, zoals de Noord- of Oostzee. Hier in de Nederrijn worden de landinwaarts achter de winterdijken gelegen oude rivierarmen echter ‘zeeën’ genoemd (‘Meer’ in het Duits). Als ‘Oude Rijn’ worden Rijnmeanders aangeduid die voor de dijken in het overstromingsgebied van de Rijn liggen. Zijn naam heeft het Boetzelaerer Meer te danken aan de waterburcht van Boetzelaer, waarvan de geschiedenis teruggaat tot in de 13de eeuw. Enkel hier bij de burcht kan men een blik werpen op het beschermde natuurgebied, elders is het voor bezoekers niet toegankelijk.
Het bijzondere aan het Boetzelaerer Meer is de machtige slijklaag die de bodem van deze ‘zee’ bedekt. We hebben hier een uitzonderlijk voedingsrijke oude arm van de Rijn voor ons. In het voedselrijke slijk leven talloze insectenlarven, wormen en mosselen. Als de slijkoppervlakken in de zomer en de herfst droog komen te staan, bieden zij de rustende trekvogels een rijkelijk gedekte tafel. Zeldzame vogelsoorten zoals de roerdomp (Botaurus stellaris) en de watersnip (Gallinago gallinago), verscheidene waadvogels en een hele reeks eendensoorten vinden hier een aantrekkelijk rustgebied, waar ze niet gestoord worden door nieuwsgierige bezoekers.
Door de sterk wisselende waterstanden van dit vlakke water ontstaan in het bijzonder voor slijkbeemden (plantenbestanden met geringe levensduur op de drooggevallen slijkbodems) steeds weer nieuwe leefgebieden. Kenmerkende soorten op de slijkbeemd zijn de blaartrekkende boterbloem (Ranunculus sceleratus), de moerasandijvie (Senecio congestus) en het knikkend tandzaad (Bidens cernua).

Terug naar Beschermde natuurgebieden