Bienener Altrhein, Millinger Meer, Hurler Meer en Empeler Meer

Tussen Rees en Emmerik, waar de Rijn gaandeweg afscheid neemt van Duitsland, bevindt zich een van de laatste Ouderijnsystemen van de Nederrijn. Meerdere meanders die vroeger tot de Rijn behoorden, kronkelen zacht van de Rijn naar het oosten en vormen samen een natuurlijk toevluchtsoord dat uniek is in Noordrijn-Westfalen. Bienener Altrhein, Millinger Meer en Hurler Meer vormt een deel van het typische ooilandschap en behoort tot de meest waardevolle beschermde natuurgebieden in Noordrijn-Westfalen. Het beschermde gebied omvat de 4,8 km lange en 100 tot 200 m brede Oude Rijn en zijn oevers met gras- en weilanden. De waterpartijen staan via de sluis van Dornick in verbinding met de Rijn, zodat hoog- en laagwater tot een dynamiek leiden die typisch is voor het ooilandschap.

De oude rivierarm en de meren vormen een mooi voorbeeld van de vegetatiezone van de voedingsrijke stille waters: uitgebreide drijfblad- en rietlandzones worden opgebouwd door momenteel erg zeldzame plantengemeenschappen, terwijl sommige oevers worden ingepalmd door zachthoutooibossen. Knotboombestanden van wilgen, essen en eiken, alsook heggen en struikgewas van haagdoorn, sleedoorn en hondsroos in het aangrenzende grasland verhogen de diversiteit van het landschap en de leefgebieden.

De waterpartijen worden gekenmerkt door verschillende verzandingsgebieden. Aan de oevers domineren wilgenbroekstruwelen en rietland, terwijl de oude waterpartijen soms grotendeels met drijfbladplanten bedekt kunnen zijn. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat hier de enige kolonie zwarte sternen van Noordwest-Duitsland zijn thuis heeft gevonden. Deze natuurlijke oude waterpartijen zijn van onschatbare waarde als broed-, rust-, rui- en overwinteringsplaats voor ontelbare vogelsoorten. Zij vormen vooral voor ganzen, zwanen, eenden, waadvogels, zwarte sternen, karekieten, maar ook voor waterinsecten, vissen en amfibieën een waardevolle biotoop. De waterpartijen vormen bovendien ook belangrijke rust- en voedingsbiotopen voor de hier overwinterende ganzen en talrijke andere water- en waadvogelsoorten die tijdens de herfst en de lente voor een uniek natuurschouwspel zorgen.

Vele van de grote waterpartijen in het gebied zijn met elkaar verbonden via een netwerk van sloten en afwateringsgrachten. Tussen de afzonderlijke elementen van deze ook voor vissen belangrijke watersystemen vindt van tijd tot tijd dus ook een uitwisseling plaats. Voor talrijke zeldzame vissoorten, waaronder de ruisvoorn, de aal, de bittervoorn en de kleine modderkruiper, vormen de oude rivierarmen belangrijke kraamkamers, waar zij ideale levensomstandigheden aantreffen. En waar op het eerste gezicht voor rondtrekkende vissoorten geen doorkomen aan lijkt, biedt de vistrap van Dornick soelaas.

In de onmiddellijke omgeving van de oude waterpartijen strekken zich soms natte weiden uit tot aan de dijk, en daar waar knotbomen of fruitbomen te vinden zijn, kan men met een  beetje geluk ook de steenuil horen roepen.

Via een gracht verbonden met  het Hurler Meer ligt bij de burchtruïne Haus Empel het Empeler Meer. Dat is ook als beschermd natuurgebied erkend en zorgt voor een uitbreiding van het verbindingssysteem van de oude wateren.

Terug naar Beschermde natuurgebieden