Altrhein Reeser Eyland

Het beschermde natuurgebied Altrhein Reeser Eyland ligt vlak voor de poorten van de stad Rees en strekt zich uit over een lengte van wel 4 km. Het werd in 1992 opgericht en heeft een grootte van ongeveer 44 ha. Het bevat vooral de goed behouden en zoals vroeger aan de overstromingsdynamiek van de Rijn onderworpen oude stroomgeul met typische oeverzonering alsook aanzienlijke waterplantbestanden en  rietlanden. Als de natuurliefhebber goed rondkijkt en een beetje geduld en geluk heeft, openbaart zich hier een biotoop vol botanische en zo├Âlogische schatten.

De onmiddellijk op dit natuurgebied aansluitende oppervlakken worden vooral als graslanden gebruikt en intussen dankzij de inspanningen van het natuurbeschermingscentrum van het district Kleef bijna uitsluitend extensief bewerkt. Het is dan ook helemaal niet verwonderlijk dat men hier nog zeldzame weidevogels zoals de veldleeuwerik en de graspieper aantreft. Op enkele plaatsen groeien kleine weidestruiken of -bosjes, en enkele knotwilgen en populieren, de typische vegetatie van een ooigebied. In de Altrhein komen ook heel wat waterlelies voor. Soms treft men ook nog een enkele andere, eerder zeldzame drijfbladplant aan, namelijk de watergentiaan. Een botanisch buitenbeentje is de zeldzame zwanenbloem, waarvan er in de Reeser Altrhein ongewoon veel voorkomen.
De Reeser Altrhein is ook vanuit ornithologisch standpunt buitengewoon aantrekkelijk omdat hier een hele reeks bedreigde vogelsoorten gespot kunnen worden: de in Noordrijn-Westfalen met uitsterven bedreigde zwarte stern broedt hier weer sinds 2012. Elk voorjaar worden speciaal voor de  zwarte stern drijvende nestvloten uitgezet, die deze vogelsoort met dank aanvaardt. Al snel kan men vanop een redelijke afstand deze ware vliegkunstenaars bewonderen terwijl zij hun eieren uitbroeden of hun kleintjes grootbrengen. De in Noordrijn-Westfalen eveneens sterk bedreigde kwartels, maar ook slobeenden, zomertalingen en kieviten komen hier broeden. Deze wateren vormen bovendien het overwinteringsgebied van talrijke andere watervogels, waaronder de wilde zwaan, de kleine zwaan, de grote zaagbek en het nonnetje. Ook arctische ganzen strijken hier in de winter neer.
Deze oude Rijnarm herbergt ook enkele zeldzame vissoorten. Naast de voor deze wateren kenmerkende witvissen zoals de brasem en de kolblei, treft men hier ook de zeldzame soorten roofblei en bittervoorn aan. Vijf zeldzame en bedreigde mosselsoorten (waaronder de bolle stroommossel) alsook drie bedreigde libellensoorten (waaronder de glassnijder) onderlijnen het hoge typische potentieel van een ooigebied dat deze habitat vertoont. Bovendien kan men hier tijdens het vallen van de avond vijf verschillende vleermuizensoorten op insectenjacht spotten, waaronder de laatvlieger en de ruige dwergvleermuis.


Terug naar Beschermde natuurgebieden