Knoteiken

Ook bomen kunnen werkeloos raken.

Knotbomen behoren tot de Neder-Rijn. Zij leverden grondstoffen bij regelmatige snoei. Wilgentenen kunnen voor het mandenvlechten of als bouwmateriaal worden gebruikt. De knotwilg is zo wijd verbreid – dat hij ondertussen wel bijna een heraldiek boom lijkt. Maar ook essen werden als knotboom gekweekt. Zijn harde hout vond toepassingen in stelen voor gereedschap. De gebruik als knotbomen hielt niet eens op bij de koningin van het bos, de eik. Als we -zoals hier - een rij knoteiken zien, moeten we ons wel afvragen waarvoor men deze eiken kon gebruiken. De Niederrhein is een cultuurlandschap. Alles in dit landschap dient een direct of indirect gebruik door de mens. Niemand  nam vroeger de moeite om voor de lol bomen te knotten. Hout voor de bouw hebben de knoteiken echter vroeger niet geleverd, daarvoor was het bij het knotten afgesneden takkenwerk te dun. Veeleer was het de kleur van de schors, die nodig was voor het looien van leer. Ook voor het verven van stoffen kon ze gebruikt worden. Daarvan profiteerden niet alleen wij mensen, maar ook de dieren en plantenwereld van Niederrhein. Door het herhaalde knotten van de knotbomen vormt zich het kenmerkende knoestige uiterlijk. Paddenstoelen kunnen het hout binnendringen en maken gaten die vervolgens levensruimte en beschutting bieden aan insecten.. Dat trekt weer insecteneters aan. Op een gegeven moment zijn de gaten in de stam zo groot dat ook vogels, zoals de steenuil, schuilplaatsen en nestgaten vinden. Het knotten was dus ten voordele van allen. Toen er chemische looistoffen uitgevonden werden, hoefde niemand meer moeite te doen voor het knotten. Wordt het knotten echter niet meer uitgevoerd, dan breekt de boom op een gegeven moment onder zijn eigen gewicht. Ook voor bomen is werkeloosheid dus een probleem. Tegenwoordig is het knotten op zijn hoogst een maatregel voor landschapsonderhoud, om het voortbestaan van de inheemse soorten - die van deze speciale ambacht afhankelijk zijn, te verzekeren.

Terug