Een bedreigd landschappelijk element

De knotboom

Het vlakke landschap van Neder-Rijn is niet erg bekend voor zijn rijkdom aan grondstoffen. Met de huidige transportmogelijkheden is dat geen probleem meer. Het maakt weinig verschil of ik in Bochum of Emmerich woon, de bouwmarkten hebben hetzelfde assortiment.  In vroeger tijden moesten de mensen het doen met datgene wat zich letterlijk voor de deur bevond. Deze beperking van grondstoffen bood men het hoofd met de knotbomen. Als knotbomen werden wilgen, essen en eiken gebruikt. Hun takken werden om de paar jaren tot op de stam afgesneden, zodat dit zijn karakteristieke uiterlijk gaf. Het afgesnedene kon voor diverse doelen gebruikt worden: wilg voor mandenvlechterij of oeverversteviging, essen takken bijvoorbeeld voor werktuigstelen. Knotbomen vormen in de loop der tijd holtes die voor vele diersoorten als leefruimtes schuilplaatsen of nestplaatsen dienen.
Vooral de steenuil is als holenbroeder aangewezen op de beschikbaarheid van knotbomen. De mens helaas niet meer omdat de steel van de pikhouweel tegenwoordig eenvoudiger in de bouwmarkt te koop zijn dan dat ze zich uit een boom laten snijden. Ook de manden zijn vervangen door kunststof kuipen en als brandstof heeft hout oppermachtige concurrentie gekregen. Het knotten van de knotbomen is daardoor economisch niet meer van belang, maar slechts een landschapsonderhoudelijke taak. Geen wonder dat hun aantal is afgenomen want als ze niet meer geknot worden vernietigt dat de boom. Met elke afzonderlijke boom gaat dan kostbare levensruimte verloren die dieren, van steenuil tot gespecialiseerde kevers, het overleven mogelijk maakte.

Terug