Het weideschuimkruid

Voedingsbron en lust voor het oog - de pinksterbloem of letterlijk uit het Duits: het weideschuimkruid.

Van april tot juni zijn enkele vochtige weides van het uiterwaardenlandschap hier bezaaid met kleine witte en wit lila bloemen - de pinksterbloem. Misschien komt hij aan zijn Duitse naam omdat de weides in deze tijd haast als met schuim bedekt lijken te zijn. Misschien ook omdat de larven van het schuimbeestje zich het liefst op deze planten in beschermende schuimnesten verhullen. In het algemeen is de pinksterbloem bij veel insecten geliefd. Bijen en vlinders zuigen de rijkelijk beschikbare nectar op, zweefvliegen en zandbijen oogsten het stuifmeel en de rupsen van het oranjetipje benutten bij voorkeur de bloemen als voeding. Mensen kunnen de kruisbloemigen overigens ook eten. Verwant aan de waterkers, kunnen de jonge bladeren in salade of kwark verwerkt worden, en de pinksterbloemthee geldt als een oud huismiddel tegen reumatiek. Tussen juni en augustus rijpen de zaden in kleine peulen, die uiteindelijk openbreken en het zaad wegslingeren. Als de bladeren de vochtige bodem raken, ontwikkelen ze daar ook vaak broedknoppen, waaruit direct nieuwe dochterplanten groeien. Dat alles werkt alleen maar waar de weilanden vochtig en rijk aan voedingsstoffen zijn. Door bemaling, intensievere landbouw of dalende grondwaterstand zijn de vochtige groene graslanden sterk in aantal teruggelopen. En waar die ontbreken, kunnen de pinksterbloem en de daarvan afhankelijke diersoorten niet gedijen. In Sachsen-Anhalt en Mecklenburg-Vorpommern bijvoorbeeld, staat de plant al op de lijst van bedreigde soorten. De pinksterbloem was bloem van het jaar 2006. Met deze keuze wilden de Stichting voor natuurbescherming Hamburg en de Stichting tot bescherming van bedreigde plantensoorten de problematiek van de verdwijnende vochtige graslanden benadrukken. De pinksterbloem is hier in Nederrijn nog te vinden, maar daarmee ligt hier ook de verantwoording om deze planten en hun leefruimte te behouden.

Terug