Het bos op de Eltenberg

De beste woonomgeving met drie verdiepinge

Wat heeft een rijk geschakeerd natuurlijk bos gemeen met een taart? Het bestaat uit diverse lagen. Deze etages beinvloeden en verrijken elkaar wederzijds en bieden een tehuis aan vele dieren.  Als namelijk alle gewassen even hoog zijn en een even diep wortelgestel hebben, is de concurrentiestrijd tussen de planten om licht water en voedingsstoffen groot.. Planten met verschillend groeihoogtes dwarsbomen elkaar niet. Zo kan een bos met verschillende etages natuurlijk alleen dan bestaan wanneer de bomenlaag als hoogste verdieping voldoende licht doorlaat  voor de onderste lagen. Dichte beukenwouden of sparrenbossen, staan dat niet toe. Gemengde bossen van zogenaamde lichte boomsoorten met lichte open kronen , zoals eiken, essen of berken, daarentegen wel. Zo kan een struikenlaag als tweede etage ontstaan. Een goed uitgegroeide , tot drie meter hoge struikenlaag biedt aan veel dieren beschutting en rijkelijk voeding, van kleine knaagdieren en struikbroedende vogelsoorten tot talrijke insecten. Nog een etage lager bevindt zich dan uiteindelijk de plantenlaag van boskruiden, grassen en varens. De Niederhein is niet bepaald beroemd vanwege zijn bossen, maar toch vinden we hier bij Emmerich  een groot stuk bos- op de Eltenberg. Dat deze heuvel van slechts 82 meter hoog zich een berg mag noemen, dankt hij aan de uitstekende positie in dit anderszins vlakke landschap. Toen deze na de tweede wereldoorlog korte tijd toebehoorde aan Nederland, was het een van de hoogste hoogtes van het land  en trad meteen naar voren als een geliefd excursie doel. Hij is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, die ongeveer 290 000 tot 127 000 jaar geleden is. Een gletscher heeft hem als een zogenaamde stuwmorene opgeworpen. Tijdens de laatste koudeperiode bereikte het ijs Nederrhein niet meer , er heerste toen een tundraklimaat en stuifzand sloeg neer op de hogere terreindelen. Deze relatief arme grond was niet erg geschikt voor de landbouw, waardoor de berg lang bebost is gebleven en juist met de hier zo typische eiken en berken die goed overweg komen met een karige bodem en die met hun losse kruinen genoeg licht en plaats overlaten voor de lagere etages. De struikenlaag bestaat hier uit hazelaars, lijsterbessen, en boskamperfoelie. Alleen de lijsterbes al biedt voeding en beschutting voor meer dan 100 diersoorten. De plantenlaag tenslotte wordt op veel plaatsen gevormd door de adelaarsvaren en de braam. Intussen is het bos op de Eltenberg zich aan het veranderen. Door de verhoogde aanvoer van voedingsstoffen, vooral  in de in de nabijheid van het dorp gelegen delen vestigen zich nu ook andere boomsoorten. Ahorn, kastanjes, beuken en vlierbomen nemen gelijdelijk toe en zullen iin de loop der tijd het oorspronkelijk bostype overheersen.

Terug