De wolhandkrab

Een lange weg voor een kleine krab

Zij zijn er allang, de Chinezen. Al vanaf het begin van de 20e eeuw zijn ze vanuit hun vaderland versleept en vonden hier een nieuw onderkomen. Sindsdien hebben ze dat beest in hun krachtige scharen en laten het niet meer los
We spreken over de Chinese wolhandkrab, die inmiddels een vast deel uitmaakt van de leefgemeenschappen van onze rivieren. Ze zijn nogal gemakkelijk te herkennen- speciaal de mannetjes hebben op hun scharen een soort haargroei. De grootste exemplaren kunnen een schildlengte van 10 cm bereiken, samen met hun poten levert dat een indrukwekkende diameter van 30 cm op. Lange poten hebben ze ook nodig want om te paren moeten ze naar de zoutwaterhoudende mondingsomgevingen van de rivieren trekken De mannetjes hebben zoals altijd vaak haast, waardoor ze vaak een poosje op de vrouwtjes moeten wachten. Maar toch keren de ouders niet terug – ze sterven daar. Pas als de jonge dieren het ontwikkelingsstadium hebben bereikt dat ze in zoet water kunnen leven trekken ze naar het geroemde water van de rivierloop waar plantenresten en aas in overvloed voor iedereen aanwezig is. Daarom is de wolhandkrab in tegenstelling tot andere immigratiefauna uit verre werelddelen enigszins probleemloos. Ze voedt zich hoofdzakelijk plantaardig en laat gezonde vissen en visbroed ongemoeid. Bovendien heeft zij hier natuurlijke vijanden – ze staat op de spijskaart van onze vissen en niet in de laatste plaats op de onze! In China geldt ze als een delicatesse en ook hier zijn ze inmiddels verkrijgbaar in toegewijde Chinese restaurants. Zo veel dat we ze weer uit onze rivieren verdringen kunnen we  echter onmogelijk eten. Vaak duikt ze zo talrijk op dat ze toch inheemse soorten verdrijft en zelfs waterleidingen verstopt. Ook maken ze zich de vissers tot vijand want zelfs in gewone jaren steelt hij het aas van de haken, vreet vis uit de fuiken en knipt vislijnen door.

Terug