Uit het leven van een kolgans

Kolganzen hebben het niet makkelijk

Amper in staat om uit te vliegen moeten ze al vluchten voor de winter en aantreden voor een reis van 6000 kilometer. Tijdens deze lastige vlucht lopen ze voortdurend het risico door jagers te worden afgeschoten. En zelfs wanneer ze hier in Neder-Rijn hun beschermde winterkwartier bereikt hebben, is hun leven allesbehalve plezierig. Andere ganzensoorten, zoals Nijl- Canadese- en roestganzen beconcurreren hen bij het zoeken naar voedsel. Deze stammen af van de zogenaamde “uit gevangenschap ontsnapten” en nemen zienderogen toe. Bovendien komt het steeds weer voor dat onnadenkende mensen te dicht bij de ganzen komen en ze met hun nieuwsgierigheid verjagen. Dat vreet kostbare energie en noodzaakt de ganzen nog langer als gebruikelijk te grazen. Elke dag moeten zij, zolang als het kortdurende daglicht dat in de winter toelaat, tweederde van hun eigen gewicht eten. Bijzonder indrukwekkend is het ganzenconcert als ze aanvliegen op hun slaapplaats te water. Wie eenmaal groepen luidkeels roepende ganzen bij het aanvliegen van hun weide- en slaapplaatsen heeft waargenomen, merkt dat zij zich in Neder-Rijn behaaglijk voelen. Want het is hier in de streek als gans goed leven. De dieren zijn veilig voor jagers in het vogelreservaat Beneden Neder-Rijn. Zelfs de boeren jagen ze niet weg van hun kostbare winterkoren omdat de deelstaat Nordrhein-Westfalen ze schadeloos stelt van vreetschade. Op de weides en voedselplaatsen vinden de gevederde wintergasten ondanks de concurrentie een rijk voedsel aanbod. De rustige armen van de oude Rijn en andere waterlopen vormen veilige slaapplaatsen. En bovendien zijn ze altijd bij hun familie. Feitelijk blijven ouders en kroost gedurende de hele winter en ook op de terugreis naar hun broedgebieden samen. Het overleven in de winter moet nu eenmaal geleerd worden. Omdat ondanks alles kolganzen het niet makkelijk hebben.

Terug