Gantje winter vakantie

Met wintervakantie naar de Neder-Rijn? Wie doet dat?

Daadwerkelijk kiezen zo’n 150.000 bezoekers jaarlijks doelbewust voor het Nederrijnse winterklimaat en dat niet alleen, ze waarderen het zodanig dat zij daarvoor zo’n 6000 km afleggen en dat natuurlijk zonder technische transporthulpmiddelen. Het zijn speciaal de kolganzen, maar ook andere Arctische wilde ganzen, zoals rietganzen en witwangganzen, die twee maal per jaar aan deze moeilijke reis beginnen. Zij vliegen tussen hun broedgebieden in Noord-Scandinavie en Siberië en hun winterkwartier aan de beneden-Rijn, heen en terug. Wat maakt de Benedenrijn zo aantrekkelijk voor hen? Uit het oogpunt van een gans gezien, is het hier ’s winters echt aangenaam In de broedgebieden is het in de zomer ook maar tussen 0 en 10 graden. En bij deze temperatuur voelt de ganzenfamilie zich zo op zijn gemak dat zij daar broeden en hun kuikens grootbrengen. Dat maakt het duidelijk dat het de ganzen ook in de winter in Neder-Rijn bevalt. Het weer is goed –denk aan de Siberische winter…- en de tafel is rijk gedekt. Hoe de ganzen de weg hierheen vinden en de inspannende reis meester worden, is onderzoekers nog niet geheel duidelijk geworden. Enkele ganzen dragen daartoe een kleine zender, anderen worden gemarkeerd met gekleurde halsringen en met getals- en alfabetische codes om de vluchtroute en leefgebieden van afzonderlijke dieren te kunnen begrijpen.
Het waarnemen moet overigens zeer voorzichtig gebeuren. De schuwe dieren reageren zeer gevoelig op verstoringen en elk onnodig opvliegen, kost waardevolle energie. Want alleen goed gevoede ganzen met voldoende vetreserves lukt het later om de lange terugvlucht naar hun land van herkomst te volvoeren. Zelfs ongestoord grazen de dieren 8 tot 10 uur per dag, moeten ze vaker opvliegen hebben ze nog meer voeding nodig. Het is goed dat de weiden en velden van het benedenrijnse cultuurlandschap hen daarvoor de optimale omstandigheden bieden, - en nog beter dat die daarom ook als EU vogelreservaat zijn aangewezen Dus nog een betere grond voor de wilde ganzen om speciaal hierheen te vliegen. Want zo overwinteren de ganzen ongestoord en wij “thuisgeblevenen” en “toch-maar-niet naar Tenerife gevluchten”, kunnen tussen november en eind februari op gepaste afstand de bedrijvigheid van de ganzen gadeslaan- bijvoorbeeld hoe zij luid roepend naar de weiden en voedselplaatsen of ’s avonds naar hun slaapplaatsen te water vliegen.

Terug