De tureluur

Gelukkig ook hier nog thuis

In het Nederlands heet de “rotschenkel” tureluur. Ongeveer zo klinkt zijn vluchtroep. In het Duits. Daarentegen heeft men hem naar zijn karakteristieke kenmerk genoemd, want zijn fel rood-oranje poten maken hem onmiskenbaar. Tureluurs kan men in Duitsland het talrijkst zien in de omgeving van de Waddenzee. Met zijn lange benen kan hij goed door de modder waden en met zijn spitse snavel mossels kleine krabben of wormen van de bodem pikken. Men kan hem echter ook in de broedtijd hier in de natte graslanden van de Neder rijnse uiterwaarden aantreffen. Het voornaamst is een vochtige bodem die zacht genoeg is om erin te porren. Dat dat niet werkt in een harde droge grond, zal iedereen merken die probeert met zijn vinger er een gat in te steken. Op de natte graslanden vindt de tureluur niet allen genoeg insecten, wormen of andere weekdieren, maar ook goede broedomstandigheden. In een kuil maken de dieren een kleine koepel van gras die ze over hun kop heen trekken. Goed verscholen broeden zo beide partners afwisselend hun drie tot vijf eieren uit totdat de kuikens uitkomen en als nestvlieders met de groten op insectenjacht gaan. Omdat hun snavel nog te kort is om in de bodem te porren, pikken ze insecten van de bloemen en bodem op. Na het overwinteren aan de kust van Zuid-Frankrijk, Spanje en West-Afrika trekt het de dieren steeds weer naar hun gebruikelijke broedplaatsen. Helaas zijn er niet veel geschikte natte graslanden meer. Zoals in veel andere streken zijn ook hier veel weilanden intussen te droog want het grondwaterpeil is sterk gedaald. Dat komt doordat de gekanaliseerde Rijn sneller stroomt, meer kiezel van de bodem meevoert en zich zo steeds dieper in zijn bedding graaft. Daarbij komt dan nog dat de drogere weilanden intensiever in de landbouw gebruikt worden, dat betekent onkruidbestrijdingsmiddelen, die de weideplanten als voedselbron voor de insecten vernietigen en daardoor [zijn er] minder insecten als voeding. Ook open weilanden zijn zeldzamer geworden want de melkveehouderij wordt tegenwoordig hoofdzakelijk in de stal bedreven. Een voortijdig maaien van de weilanden maakt het voor de tureluur heel moeilijk. Zo is het niet verwonderlijk dat de dieren nu op de rode lijst van bedreigde soorten staan, geclassificeerd als “met uitsterven bedreigd”. Gelukkig zetten natuurbeschermers hier in de regio zich in om de leefruimte (biotoop) van de tureluur te behouden of door middel van maatregelen in de beschermde gebieden te vergroten. Hopelijk kunnen we dan ook in de toekomst nog deze vrolijk roepende dieren hier aantreffen.

Terug