De buizerd en de torenvalk

Rovende vliegkunstenaars

Het beschermde vogelgebied hier in de Nederrijn biedt met zijn natte weiden vooral aan bedreigde grondbroeders zoals de grutto of de kievit een toevluchtsoord. Bovendien vormt dit gebied een geliefde winterverblijfplaats voor arctische wildganzen. Die kunt u hier tijdens de wintermaanden met duizenden tegelijk zien. Maar ook andere vogels worden hier gespot, bijvoorbeeld roofvogels zoals de buizerd. Voor hem is het landschap met zijn weiden, natte weiden, ooibossen en rijen populieren ideaal. Boven de open velden en weiden kan men deze middelgrote roofvogel van wel een halve meter lang en met een vleugelspanwijdte van meer dan één meter vaak tijdens zijn cirkelende zweefvlucht gadeslaan en zijn typische miauwende roep horen. Zijn veren variëren in kleur van bijna wit tot donkerbruin – dat is een unicum voor Midden-Europese vogels. Het liefst jaagt de buizerd natuurlijk op muizen, maar soms ook op andere vogels, verzwakte konijnen of kikkers. Ook insecten en regenwormen staan af en toe op het menu. Buizerds zijn zeer trouwe dieren en blijven als broedpaar vaak heel hun leven samen – en dan spreken we over soms wel meer dan twintig jaar. Elk jaar brengen de paren twee tot vier jongen groot, meestal in hetzelfde hooggelegen nest. Na zes tot tien weken zoeken de kleintjes enkele kilometers verder een eigen plekje. Ook de torenvalk geeft de voorkeur aan zulke hooggelegen broedplaatsen. Hij dankt zijn naam dan ook aan het feit dat hij daadwerkelijk vaak in hoge stadsgebouwen broedt. Hij geldt als cultuurvolger en is een van de weinige soorten die profiteert van de verstedelijking, aangezien torens, schuren of hoge gebouwen voor hem nieuwe leefgebieden betekenen. Zijn broedschema en broedgedrag lijken erg op dat van de buizerd, maar zijn roep klinkt volledig anders, in volle vlucht bijvoorbeeld zo, of in het nest zo. Hij is de op één na vaakst voorkomende roofvogel in dit gebied, hoewel valken tegenwoordig strikt genomen niet meer tot de roofvolgels worden gerekend, maar een aparte categorie vormen. Hij is kleiner dan de buizerd en vooral te herkennen aan zijn kenmerkende bidvlucht: hij blijft dan door vele vleugelslagen in de lucht op dezelfde plaats hangen om zo zijn buit op te sporen. Zijn gezichtsvermogen is werkelijk fenomenaal, want hij volgt met zijn ogen het urinespoor van muizen op de grond. De reflectie van dat spoor in het uv-licht kan hij zelfs onder een sneeuwtapijt waarnemen.rte categorie vormen. Hij is kleiner dan de buizerd en vooral te herkennen aan zijn kenmerkende bidvlucht: hij blijft dan door vele vleugelslagen in de lucht op dezelfde plaats hangen om zo zijn buit op te sporen. Zijn gezichtsvermogen is werkelijk fenomenaal, want hij volgt met zijn ogen het urinespoor van muizen op de grond. De reflectie van dat spoor in het uv-licht kan hij zelfs onder een sneeuwtapijt waarnemen.

Terug