Sloten

Het water moet eruit! Graven, graven, graven!


Een sloot. We zien een sloot. En we trachten ons het doel voor de geest te halen. Er is geen doel, behalve dat we op deze plek kunnen zien wat een geploeter het geweest moet zijn om de wilde ongetemde Rijn ons cultuurlandschap op te dringen. Een eerste middel daartoe waren afwateringssloten, zoiets als deze. Die voorkwamen weliswaar de overstromingen van de uiterwaarden van de Rijn niet, maar zorgden ervoor dat het water niet maandenlang bleef staan en in plaats daarvan snel weer wegstroomde. Dat vergrootte de tijd dat men het land kon gebruiken. Deze sloten waren onderdeel van een heel afwateringssysteem, dat sinds de middeleeuwen het uiterlijk van deze omgeving begon te veranderen. En tegenwoordig lijkt ons, wat we hier zien, niet bijzonder spectaculair: Met een dragline had men deze geul in een paar dagen kunnen graven. Als u nu een schop in de hand gedrukt krijgt met de opdracht deze onafzienbare sloot te graven, had u zich in de situatie bevonden van de pioniers van enkele honderden jaren geleden. En waarschijnlijk weinig enthousiast. Overigens zou u dan de luxe variant van een stalen schop en werkschoenen gehad hebben. Tot in de moderne tijd waren schoenen en schop echter van hout en het werk dientengevolge nog zwaarder. Als men desondanks moeizaam een sloot had voltooid, was het mogelijk dat de Rijn met een enkele hoogwaterstand in de winter zijn uiterwaarden volledig gewijzigd had. Het geploeter kon dan van voren af aan beginnen.! Maar de voortschrijdende sloten aanleg maakte het voor steeds meer mensen mogelijk in de tot dan toe wilde Rijn uiterwaarden hun levensonderhoud te vinden. Steeds meer mensen konden steeds meer en grotere sloten graven, dan terpen en de eerste dijken ophogen. Totdat we uiteindelijk het Nederrijnse landschap verkregen waarin we nu dan staan en naar een sloot kijken waarmee alles begon.


Terug