Schepen op de Rijn

Schepen op de Rijn


De Rijn heeft alles al gezien. Scheepvaart kent hij al sinds de eerste mens zich aan een boomstam klampte om zwemmend naar de andere oever te geraken. Ongeveer 2000 jaar geleden kwam het verkeer op de Rijn pas echt op gang. Sindsdien is het de belangrijkste waterweg in Europa. Romeinse oorlogsschepen roeiden stroomop- en afwaarts. Vikingbendes gebruikten hem als invalpoort en hij droeg 300 meter lange Nederlandse vlotten tot aan Rotterdam. Hij zag gezapig gejaagde aken en het eerste stoomschip. Kijken WIJ naar de rivier zien we dat er bij de transportmiddelen intussen heel wat gebeurd is. Schepen waren tot de uitvinding van de spoorweg het goedkoopste middel van vervoer. Ook nu nog zijn de transportkosten van een binnenvaartschip niet te verslaan. Men kan echter met een schip niet overal komen, men is aan het water gebonden. Toch is de ontlasting van ons wegennet enorm. Als je een containervrachtschip ziet, tel dan maar eens hoeveel het er vervoert. Iedere enkele container betekent een vrachtwagen minder op onze snelwegen. Een 80 meter lange bulkcarrier kan tussen de 30 en 40 vrachtwagens vervangen. Bovendien betekent dat twee derde minder brandstofverbruik. Tegenwoordig wordt jaarlijks meer dan 200 miljoen ton lading over de Rijn vervoerd. Voor deze voordelen moesten echter ook offers gebracht worden. De Rijn is gekanaliseerd wat de stroomsnelheid heeft verhoogd. Sindsdien graaft de rivier zich steeds dieper in zijn bedding en de uiterwaarden worden steeds droger. De oevers zelf moeten versterkt worden anders worden ze door de golfslag van de machtige schepen beschadigd. Schepen kunnen schadelijke stoffen verliezen en zelfs vreemde diersoorten komen als verstekelingen tot ons. De Chinese wolhandkrab is zo een nieuwkomer en heeft zich intussen bij ons vast gevestigd.

Terug