Aan beide zijden van de Landwehr

De kenmerkende dubbele sloten vormen de Landwehr. Of beter gezegd een Landwehr. In dit geval de zogenaamde dode Landwehr. Men kan het al vermoeden, de parallelle aanleg van de sloten is kunstmatig van oorsprong. De naam zelf geeft een aanwijzing van het doel. We hebben te maken met een oude grensaanleg. Ongeveer hier liep al in de Romeinse tijd de grens tussen de Latijnse beschaving en de Germanen. Het grensverloop was de Rijn. Die was duidelijk en vormde ook een goede hindernis. In onze omgeving was hij echter in de loop der eeuwen een onbetrouwbare gezel die voortdurend van loop veranderde. In de middeleeuwen begon men langs de grens sloten te graven. Hoe dieper en grootscheepser de sloten des te belangrijker waren de grenzen. We bevinden ons hier op de voormalige scheidslijn tussen de hertogdommen van Kleef en Gelderland. De Landwehren volgen nog steeds de oude loop van de Rijn. Aan de ene kant was dat toch al de grens, voordat de Rijn een nieuwe bedding zocht. Aan de andere kant was het ook eenvoudiger een sloot in de toch al uitgediepte Rijnbedding te graven. Want dat was enorm veel werk. Het gaat bij dit culturele erfgoed om de oudste Landwehr van het land, met de bouw waarvan er mogelijk al in de 14e eeuw werd begonnen. In die tijd was het al een gedurfde onderneming. Landwehren waren en zijn er nauwelijks in andere gebieden, maar ons uiterwaardenlandschap bood voordelen aan de Landwehren. Het is hier tegenwoordig ook nog te zien: in onze vochtige omgeving liepen ze eenvoudig weg vol. Dat maakte hun oversteek lastiger en de grenzen bruikbaarder. Gelijkertijd zorgde de grensaanleg op deze manier na overstromingen voor een snelle afwatering wat weer ten goede kwam aan de landbouw. Meer landbouw betekende in de Middeleeuwen meer geld en meer geld vergde ook betere grenzen. Alles hangt hier op een of andere manier samen.


Terug