De Dominicaanse bongerd

Spoorzoeken in de fruittuin – de Dominicaanse bongerd

De Dominicaanse bongerd, de boomgaarde van de Dominicanen, danken de bewoners van Kalkar aan de Borgia’s.
Paus Calixtus III stamde af van deze beruchte familie en hij was het die goedkeuring gaf aan de stichting van een Dominicaans klooster te Kalkar.
Ook Hertog Jan de eerste van Kleef stemde toe in de vestiging in zijn stad, evenals de aartsbisschop van Keulen. Voor een middeleeuwse stad betekende dat een bevordering naar de hoofdklasse. Omdat de orde alleen van aalmoezen moest leven, moest een stad wel al een zekere grootte hebben om een vestiging van Dominicanen te kunnen herbergen.
Zij brachten als prekende orde afwisseling en een zekere vrijzinnigheid in het starre systeem van de middeleeuwse parochies. Toch was er ook enige weerstand. De pastoor van de St Nicolaas stadskerk vreesde de beter opgeleide concurrentie en verlies van inkomsten. De Raad maakte zich zorgen dat de Dominicanen door legaten de belangrijkste grondbezitters van de stad zouden worden. Al deze bedenkingen moesten uit de weg geruimd worden voordat de eerste monniken zich in het jaar 1456 in Kalkar konden vestigen.
De Dominicaanse bongerd is het laatste overblijfsel dat van hun klooster op deze plek is overgebleven. De groentetuin diende in op gelijke wijze voor de stichting en verzorging van het monnikenklooster. Hij behoorde tot de afzondering van het klooster en was volledig ommuurd. Naast de fruitbomen behoorde er ook een visvijver bij waarvan we het bassin als een verzinking aan de muurkant kunnen zien. Inmiddels is deze uitgedroogd maar geeft nog steeds een indruk van de ideeenrijkdom van de Dominicanen. Want als u naar de achterste begrenzingsmuur kijkt, ziet u aan de rand van de voormalige vijver, naast een geweldige boomstronk, resten van een muur. Die behoorden tot een zogenoemde “Monnik”. Zulke waterleidingen waren in kloosters uitgevonden en dienden voor water regulering. Deze verbond de visvijver met de beek de Ley die voorlangs de stadsmuur stroomde. Het waren dus geen teruggetrokken wereldvluchters die hier te Kalkar het religieuze leven verrijkten maar bekwame en vaardige planners en bouwmeesters die het beste uit hun grondgebied konden halen.

Terug