Dieper worden van de Rijn

Het voortdurend dieper worden van de Rijn


Waar een water[loop] stroomt verandert het land. In het ene gebied stroomt het langzaam en breidt zich uit, op andere plaatsen stroomt hij sneller en graaft zich dieper de bodem in. Hier en daar vergroot hij zijn bochten en strekt zijarmen uit. Door dit natuurlijke proces heeft ook de Rijn het land eeuwenlang veranderd en gevormd. Nog 200 jaar geleden was hij in meanders gekronkeld en zijn wateren baande zich veeleer rustig een weg door de vlakte. Maar sinds Ingenieur Tulla in het begin van de 18e eeuw met zijn normalisatie begon, werd hij in het geheel 80 km korter gemaakt. De correctie liet de politieke grenzen stabieler en de scheepvaart veiliger en sneller worden. Maar sinds talrijke bochten afgestoken werden stroomt de Rijn met een steeds hoger tempo. Meer sediment en gesteente wordt weggespoeld en de bedding daardoor steeds dieper uitgegraven. Met het meetpunt Emmerich maakte dat tussen 1935 en 2012 alleen al 5 meter verschil uit. De uitwerking van dit uitdiepen zijn ook merkbaar in de omgeving: met de bedding van de Rijn zonk ook het grondwaterpeil, waardoor zijarmen opdroogden en [water] putten dieper uitgegraven moesten worden. Al met al wordt het stroomgebied, dat eigenlijk veeleer een vochtig landschap was, steeds droger. Gelijkertijd worden hoogwaterstanden steeds gevaarlijker omdat de rivier niet meer afgeremd wordt en door de hoge stroomsnelheid steeds meer vernietigende kracht kan opbouwen. In de bovenloop van de Rijn probeert men daarom al de voortschrijdende uitdieping tegen te gaan door keien in de bedding aan te brengen. De rivier moet dan het toegevoegde gesteente meevoeren en de erosie in de benedenloop compenseren. Hoe efficiënt deze maatregels zijn zal de tijd moeten leren.



Terug