Verdedigingstoren van Rosau

De verdedigingstoren van Rosau


De Neder-Rijn rondom Kleef, Emmerich en Rees was in de 14e eeuw een ingewikkelde omgeving. De aartsbisschoppen van Keulen, de graven van Kleef en de graven van Geldern hielden elkaar wantrouwig in de gaten en waakten angstvallig over hun bezit en hun rechten. Daartussenin zaten de kleinere heren die eropuit waren met deze situatie ook hun voordeel te doen. Dit wederzijdse beloeren gebeurde vanaf de vele kastelen die het Nederrijnse landschap besprenkelden. De Aspel burcht en slot Hueth behoorden daarbij en zelfs de Rosau burcht. Dit waren. Fortificatiewerken, die echter meer dienden als plaats van bestuur en rechtspraak. Een ambtman verzorgde hier de zaken voor zijn heer en verdiende daarmee niet slecht. Deze toren is overgebleven van de Rosau-burcht. Hij werd in later tijd als windmolen gebruikt, maar de cilindrische vorm herinnert aan zijn tijd als vesting. Dat blijkt ook uit de deur op halve hoogte. Zulke deuren moesten de toegang voor de vijand bemoeilijken want men zeulde niet graag een stormram een gammele houten trap op. De Rosauburcht werd in de 14e eeuw als bestuurszetel van de graven van Kleef opgericht en van hieruit beheerde hun ambtman het district Hetter. Als men tegenwoordig vanaf de dijk direct achter de toren kijkt ziet men een arm van de oude Rijn. De burcht lag dus oorspronkelijk direct aan de rivier. De strijd met de voortdurend knagende stroom was ook nogal duur, want Hertog Johan van Kleef gaf Rosau al in 1482 op als bestuurszetel en gaf het als leen aan zijn ambtman. Oorlogen en wisselingen van eigenaar deden het geen goed in de volgende eeuwen, zodat tegenwoordig op de toren na nauwelijks nog sporen van de constructie te zien zijn.


Terug