Een vistrap

Treden voor vinnen

Een vistrap? Waarvoor? Vissen hebben een trap ongeveer net zo nodig als een paraplu! Dat klopt eigenlijk, maar voor vissoorten zoals de snoek, de brasem, de voorn en de baars is het leven in de Rijn moeilijk geworden. Alleen de volwassenen dieren leven in de rivier. Tijdens de paring zwerven ze in rustige Oude Rijn wateren, paaien daar en keren dan deels terug naar de Rijn. Voor de jonge vissen bieden de voormalige armen van de Rijn goede leefomstandigheden. Het zijn kalme wateren met een goede voedselvoorziening en plantengroei, waarin de kleintjes zich kunnen verbergen. De stap naar volwassenheid is dan het “uitzwemmen” in de Rijn - normaliter. Want Oude Rijn wateren zijn zeldzaam geworden. Als ze nog bestaan??, zijn ze vaak afgesneden van de hoofdstroom. Of ze zijn - net zoals de oude Bienense Rijn- alleen door een sluis met de rivier verbonden. Vissen kunnen deze oude rivierarmen alleen nog bij extreme overstromingen van de Rijn bereiken. Daardoor wordt de levenscyclus van de betrokken soort onderbroken en de soort wordt steeds zeldzamer. De vistrap bij de Dornicker sluis werd gebouwd om trekvissen meer tijd te geven. Bij normale waterstanden konden de vissen de oude Bienense Rijn niet meer bereiken. Want daar wordt ze [de B. Rijn]  bij de sluis gestremd zodat ze niet leegloopt. Uitzwemmen[migreren?] naar de Rijn was alleen mogelijk als het water uit de Oude Rijn stroomde. Er is echter een verschil in hoogte van ongeveer een meter tussen de Oude Rijn en de Rijn. De vissen die met het water meespoelden, landden op de bodemplaat van de sluis en raakten daarbij vaak gewond. Nu vormen de in twaalf treden verdeelde waterbekkens de vistrap. De kleine treden kunnen ook bij lagere waterstanden gemakkelijk overwonnen worden, omdat het water via kleine openingen tussen de stenen van bekken naar bekken stroomt. Het kleine verschil in hoogte kan nu zwemmend worden overwonnen. De oude riviersystemen en uiterwaarden kunnen niet worden vervangen door de vistrap. Als we echter de diversiteit van vissoorten in de Rijn willen behouden, moet het hun zo makkelijk mogelijk gemaakt worden hun aangeboren leefritme te kunnen volgen. De vistrap van de sluis van Dornicke is hiervoor een uitstekend voorbeeld, want sinds hij werd gebouwd, is de visstand toegenomen, doordat de “oude Rijn” nu vaker met de Rijn verbonden is.

Terug