Kloof tussen landbouw en ecologie

De beste omgeving voor dieren en planten is er een, waarin ze niet door de mens worden gestoord. Daarom is het in natuurreservaten niet toegestaan om de paden te verlaten en worden de belangen van de plaatselijke dieren- en plantenwereld boven onze verlangens, naar bijvoorbeeld een picknick in de ongerepte natuur gesteld. Maar de vrije natuur wordt gedeeltelijk toch ook voor de landbouw gebruikt? Hoe gaat dat samen? Is een trekker niet nog veel storender dan een picknickdeken? Nee.
Natuurlijk hangt het er van af, hoe internsief en hoe vaak het agrarische gebruik plaatsvindt. Maar voor veel diersoorten is het zelfs belangrijk dat weiden gemaaid of begraasd worden. Anders zouden ze namelijk overwoekerd raken en zouden bijvoorbeeld weidevogels hun leefgebied verliezen. Desondanks is het agrarische gebruik van beschermde natuurgebieden niet zo probleemloos als het buiten deze natuurgebieden is. Om die reden spant men zich nu voor een samenwerking van natuurbescherming en landbouw in. Dit is echter niet gemakkelijk, want een grutto (weidevogel) en een boer hebben namelijk tamelijk tegenstrijdige belangen. Ondertussen zorgen veel verordeningen en een premiesysteem voor de belangenbehartiging van de dieren- en plantenwereld. Boeren mogen pas na het broedseizoen van de weidevogels hun weilanden maaien en ontvangen Europese toeslagen voor het rekening houden met de nesten van de weidevogels in de weiden. Premies zijn er ook voor maatregelen ter behoud van het landschap, zoals het onderhoud van ecologisch belangrijke heggen en knotbomen. Stappen in de juiste richting, die het werk voor de landbouwers echter vaak bemoeilijken.
Daarbij hebben de weinige, hier nog achtergebleven familiebedrijven het toch al niet gemakkelijk. De concurrentie om lappen grond is groot, net zoals de prijsdruk van de internationale markt. De uitgaves en investeringskosten voor moderne apparaten, stallingen of de dierenarts stijgen voortdurend, terwijl de winsten van de landbouwers uitermate laag zijn. Een kalf bijvoorbeeld kan een boer net voor €40 à €60 verkopen. Als de dierenarts het dier een keer moet behandelen dan kost het al snel drie keer zo veel. Ook de premies die onder andere voor het onderhoud van heggen en knotbomen betaald worden, staan nauwelijks in verhouding tot de werklast. En omdat slechts weinig mensen van de ecologische betrokkenheid en de inspanningen voor de natuurbescherming weten, ontbreekt ook de gepaste waardering ervoor. De landbouwers van de regio proberen hier, zo goed als het gaat, met de natuurbeschermers samen te werken. En in de meeste gevallen lukt dat ook goed. De samenwerking zou echter nog effectiever zijn als wij, als consument, een steentje bij zouden dragen door ons consumentengedrag aan te passen. Denk hier aan iets minder vlees eten en een beetje dieper in de buidel tasten voor goede kwaliteit en in het bijzonder voor regionale producten. Op deze manier zouden die familiebedrijven, die zich voor de natuurbescherming willen inzetten, worden gesteund. En zowel de plaatselijke boer als de natuurbescherming zou erbij zijn gebaat.

Terug